De vier fasen op hoofdlijnen

In je loopbaan begin je altijd eerst in de uitvoering. Je krijgt redelijk helder omschreven taken die je gewoon moet uitvoeren. Als je de spelregels blijkt te beheersen hoor je erbij en kun je blijven. Je laat zien dat je een van hun bent, dat je erbij wilt horen, dat je de taal spreekt en de belangrijkste normen en waarden deelt.

In de biologische levensloop is dit de jeugd. Aanpassen, aannemen, opeten. Opdat we zo snel mogelijk naar zelfstandigheid groeien.

De tweede loopbaanfase is die van de professional. De focus verschuift van gehoorzaamheid naar eigen initiatief. Je gaat vragen stellen over de gang van zaken. Je wilt zelf verantwoordelijk zijn. Je zoekt je eigen plek en wordt steeds beter in de dingen waar je hart naar uitgaat. Je talenten openbaren zich.

In de levensloop is dit de puberteit en adolescentie. We gaan de grenzen opzoeken en overschrijden, onaangepast zijn, onze verzetten. We willen zelf keuzes maken en de opleiding zoeken die bij ons hoort.

De derde fase in je loopbaan is die van de leidinggevende. Dat kan een formele positie zijn, maar dat hoeft niet. De focus verschuift van ‘ik’ naar ‘wij’. Je voelt je niet meer alleen verantwoordelijk voor jezelf, maar ook voor je collega’s. Soms zal dat een managementpositie zijn, of een rol in de medezeggenschap, of als vertrouwenspersoon. En soms voldoet een meer informele positie ook, als mentor voor jongere collega’s.

In de levensloop is dit de volwassenheid. Zorg dragen voor het gezin, de kinderen. We leren verantwoordelijkheid te nemen en draagkracht te tonen.

De vierde fase is die van de senior. De oudere collega die zich niet zo nodig meer hoeft te bewijzen. Maar die nog wel graag jong talent begeleidt. De senior verschuift van kracht naar wijsheid. Van scoren naar relativering. De senior kijkt niet alleen meer naar de eigen belangen. Er is verlangen om van nut te zijn voor het grotere geheel. The greater good of the whole.

In de levensloop is dit de ouderdom. Onze rol marginaliseert. De kinderen voor wie we eerst zorgden zijn nu zelf volwassen, maar komen soms nog om raad of hulp. Zelf hebben we niet veel meer nodig. We gaan ons richten op wat we nalaten, letterlijk en figuurlijk. Ben ik een goede ouder, grootouder? Ben ik een goede voorouder?

Het beeld dat ik geef is wel wat karikaturaal. Lang niet iedereen krijgt tijd van leven om de hele cyclus af te ronden. En lang niet iedereen doorloopt alle fasen bewust. Ik ken genoeg senioren die in hun gedrag nog alle kenmerken van de adolescentie vertonen.

De overgangen tussen de verschillende fasen zijn steeds een kans om je te herijken, een reset te doen, je anders te verhouden tot de wereld en jouw plek daarin. Time Alone is een manier om zo’n overgang te markeren.